woensdag 17 maart 2010

het zijn niet de enge mannen in de bosjes

Het zijn helaas niet de enge mannen in de bosjes, waar we de kinderen altijd voor waarschuwen. En ook niet de enge mannen die je ineens de auto in trekken. Of de rare snuiters die vragen of je bij hun thuis naar een nestje jonge poesjes komt kijken. Peter R. de Vries vertelde het gisteravond nog op de tv. In veel gevallen wordt een misdrijf gepleegd door een bekende. Door een oom (wie heeft erg geen vieze Pietje in de familie?), door een leider van scouting (om maar eens een cliché te noemen), door een gymleraar (wij hadden er 1 die wel erg graag de meisjes onder de douche kietelde), door een zwemleraar ( hij hoeft niet uit Vught te komen) door een geestelijke (in grote getalen) of door een buurman (al dan niet in politiepak...).

En eigenlijk vind ik dat gewoon wel heel moeilijk. Want hier kun je je kinderen niet voor wapenen. De kinderen moeten , net als wij zelf, erop kunnen vertrouwen dat de mensen met wie ze te maken hebben, te vertrouwen zijn. Maar hoe wapen ik ze tegen zulke dingen, zonder ze bang te maken?

En nu ik erover nadenk, gebeurt er altijd wel iets, waardoor ik me af ga vragen of ik wel of niet goed bezig ben. En lijkt het alsof er een soort van waarschuwing komt. Zo hadden M.ike en ik enige tijd geleden de discussie of Jip wel of niet alleen naar school mocht vanaf de praktijk. Struikelpunt was een kruispunt waarop de situatie niet echt overzichtelijk was en om die reden besloten we om het niet te doen. Enige dagen daarna werd op dat punt de conciërge van de school doodgereden.

De laatste weken zijn M.ike en ik best wel eens voor een boodschapje weggeweest. Jip bleef dan met Janneke thuis, telefoontjes paraat... wat kon er mis gaan? We bleven tenslotte in de buurt. De instructie: de deur gaat niet op slot (ze moeten kunnen vluchten), als de bel gaat niet open doen, ook niet voor buren of vriendjes, en ook niet kijken wie er is. Niet de telefoon opnemen. Als er iets is, of als je twijfelt of er iets, dan bel je.  (dat laatste resulteerde in een leuk ingesproken berichtje van Jip: ‘Mama…. We hadden chocomelk gemaakt, maar toen gingen we kussens gooien, en ik gooide Jannekes beker om, maar wie moet het nou opruimen, want ik heb het gedaan, maar het was Jannekes beker.....')

Bij de eerste test ging het al fout. Toen ik aanbelde deed Janneke vrolijk de deur open: ‘Ja, maar mama, ik dacht gewoon dat jij het was’.... Zucht...

En nu kwam de waarschuwing via de tv... Milly had tegen haar moeder gezegd: bel zo ff terug, er staat iemand voor de deur (of woorden in die strekking).
Ook bij dit scenario maakte Peter R. een punt. Die mensen die kwaad willen, die zijn zo gehaaid, die lullen zich bij die kinderen echt wel naar binnen. Als volwassen mensen er al in trappen, hoe makkelijk moet dat dan bij kinderen gaan?

En dan weet ik het niet meer hè? Dan ga ik weer zo lopen twijfelen of ik ze alleen kan laten. En dan maak ik een risico analyse. Hoe groot is de kans dat? De kans is klein. Maar 1 van mijn forumgenootjes haar kind is slachtoffer geweest van de badmeester in Vught, en als ik hoor wat dat voor wonden heeft achtergelaten... daar zijn geen woorden voor... dat wil je koste wat kost voorkomen. Maar ik denk er geen moment over na om Janneke van zwemles te halen.

Het enige wat ik kan doen is zorgen dat ze weerbaar worden. Zorgen dat ze staan achter hetgeen wat ze doen en zeggen. Dat ze niet twijfelen over wat ze doen. Maar ook daar heb ik geen gebruiksaanwijzing voor klaarliggen. Ik kan ze nu een basis meegeven. Maar hoe pikken ze het op als ze ‘straks’ , over een paar jaar echt uit het zicht verdwijnen? Als ze halve nachten de hort op zijn, en ik er maar op moet vertrouwen dat ze daadwerkelijk zijn waar ze zeggen dat ze zijn? En dat ze doen wat ze zeggen dat ze doen. (Ik heb mezelf als voorbeeld...dus ik vertouw nergens op als het om pubers gaat:-$.)

En terwijl ik dit vannacht allemaal lag te overdenken schrok ik me lam van geklop op mijn schouder. (Ik slaap met oordoppen, dus ik hoor het nooit als de kinderen de slaapkamer binnen komen lopen). Het was Janneke. Ze voelde zich alleen, en vroeg of ze bij ons mocht komen liggen. En ik weet dat ik dan weer een nacht rot slaap, als ik daar ja op zeg. Maar op het moment dat ik ben gaan slapen met het bericht dat er ergens een vader en een moeder zijn die nooit meer met hun kind kunnen knuffelen, dan kan ik niet anders dan tegen mijn meisje zeggen dat ze lekker tussenin mag komen, en dan pak ik d’r nog maar eens lekker stevig vast, dan snuif ik nog eens diep aan haar haar en in haar nekje, en dan hoop ik maar dat er nooit, maar dan ook nooit... en verder durf ik eigenlijk niet eens te denken....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen