Posts tonen met het label WE-300. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WE-300. Alle posts tonen

woensdag 22 november 2023

WE-300: Vallen

 Als een blok. Voor elkaar. Voor altijd in mijn strik gevangen.

Ik ben een gastank, verscholen in de bosjes in een boomgaard in de Betuwe.
Verscholen. maar door het gebladerte overzie ik alles.

Jaarlijks organiseert mijn eigenaar een festival tussen de fruitbomen. Ieder jaar komt een stelletje tegen mij aan, een eh… afterparty houden. Wat niemand weet: het is mijn spel. Mijn hinderlaag. Eénmaal in mijn strik beland, komen ze nooit meer van elkaar af.

De laatste editie leek mijn spel mislukt. Ik had geen slachtoffers gevonden.
De laatste act had het podium verlaten. De DJ draaide zijn laatste lied.
 
Opeens zag ik haar. Een prima slachtoffer. Alweer een poosje vrijgezel. Vijftig maar over een paar minuten zou ze zich zestien voelen. Een wijntje teveel op en wel zin in vlinders en een zoen. De man waar ze al een paar keer naar keek kon ik moeilijker peilen. Maakt niet uit. Hij was precies waar ze op viel, met zijn strakke pak, pet, zonnebril en zijn vrolijke kop.
Ik hoefde alleen nog zijn blik haar kant op te sturen en het gesprek naar iets gemeensschappelijks. Waarom kwam ik in vredesnaam op Harry Styles op dit metal-feestje? Dat tiener-idool? Alleen zij zullen het nog weten, maar vanaf hier brak het ijs en was het raak!
Ik zag vonken! Hier gebeurde iets! Iets op het eerste gezicht!

Hij leidde haar aan de hand weg van de menigte. In één streep kwamen ze struikelend, giechelend en zoenend, botsend tegen mij aan.

Geen vonken, maar vuurwerk tussen die twee! Ik vreesde, als gastank, voor mijn leven. 

De geruchten gaan dat ze de volgende dag besloten dat het bij een herinnering zou blijven. Maar alleen ík weet, dat zij - eenmaal in mijn strikken beland - na deze nacht nog veel meer vuurwerk hebben beleefd.

Dit is een WE-300.
Een schrijfuitdaging van Plato. 
Schrijf in exact 300 woorden een verhaal over een woord, maar dat woord mag niet gebruikt worden in het verhaal. 

Deze keer was het woord: vallen. ||

https://platoonline.wordpress.com/2023/11/08/we-300-november/

vrijdag 29 maart 2019

De erfenis (WE-300)

‘De foto is goed’ zegt de dokter. Géén zichtbare afwijkingen, dus een goed bericht.’
Een zucht van verlichting.
‘Een diepe zucht!’ constateert de dokter. ‘Wat is er? Heb je klachten?’
Stella zit bij de dokter vanwege haar jaarlijkse ‘APK-tje’. Borstfoto en controle.
Met een bibber in haar stem vertelt ze: ‘Ja… sinds een week of twee voel ik iets. Het is klein. Vaag. Soms steekt het. Dus ja… een goede foto is een opluchting.’

Samen doorlopen ze de familiegeschiedenis. Zijn er veranderingen binnen de familie?
Ruim twintig jaar geleden 3 jonge zussen met borst- of eierstokkanker. Haar moeder en 2 tantes. Genetisch onderzoek bracht destijds niets aan het licht. Nu is het bewaarde bloed van haar overleden moeder en tante opnieuw onderzocht. Opnieuw geen erfelijke afwijkingen. De familie is groot. Oma kwam uit een gezin van 11. Haar moeder was met 11 thuis. Hoe kan het dat 3 jonge zussen getroffen zijn en dat de rest gezond is? Het blijft gissen.

‘Kom’, zegt de dokter, ‘we gaan kijken wat ik voel’. Ze voelt twee knobbeltjes.
De geruststellende woorden van de dokter gelooft ze maar deels.
‘Kanker in de borst doet vaak geen pijn.’ O, nee? Maar bij haar moeder begon het wel met een pijnlijk knobbeltje. ‘Het ligt los in het weefsel. Het voelt glad. Dus dat is gunstig. Ik denk dat het cystes zijn. Ik zie dat je niet gerustgesteld bent. We gaan een echo maken. Maar het is vandaag erg druk op de röntgenafdeling, dus helaas moet je daar volgende week voor terugkomen.’

Stella merkt dat haar handen weer naar de knobbeltjes gaan. Ze zitten er nog. Ze denkt aan de dokters geruststellende woorden. Ze denkt aan haar moeder. Haar verstand gelooft het. Haar gevoel niet. Nog twee nachtjes slapen. Dan is de echo. Dan weet ze meer.


Dit is een We-300. Een schrijfuitdaging van Plato: Schrijf een verhaal in exact 300 woorden over een woord. Het woord mag niet in het verhaal voorkomen. Het woord van deze We-300 is ‘Klieren’.
Wil je meedoen/meer lezen? Kijk dan bij Plato.

maandag 19 januari 2015

Eindbestemming (WE-300)

“… hierna stopt de trein op Amsterdam-Lelylaan en eindpunt Lelystad Centrum.”

Altijd fijn als zo’n speaker bevestigt dat je goed zit. Ik zet mijn lijf in de ontspan-stand en mijn hoofd volgt zowaar. Waar was ik? Bladzijde vierenzestig. Een dikke pil, taai, zwaar, mooi.
Ik zink weg in het verhaal en de wereld om me heen blijft boven drijven. Troebel en ver weg. Ik rij mee in de jungle, over 'de weg van 48 bochten'. Een enkele keer is een prikkel sterk genoeg om me terug te halen naar het nu. Misschien door een schommeling van de trein, of een gesprek in de coupé, dat ineens verstomt.

Als ik opkijk van mijn boek zie ik steeds een ander plaatje. Het treinraam als een wissellijst. Een perfecte uitsnede van een vrachtschip op het water onder de Moerdijkbrug. Voor station Blaak een troosteloze Mondriaan van treurige balkonnetjes en verschoten gordijnen. Delft, Rijswijk, Den Haag… Een spoor van herinneringen uit mijn jeugd verschijnt beurtelings in het frame.

Bron: http://www.fackeldeyfinds.com/


Ik trek mijn jas aan. Het wordt frisjes. Ik geeuw en kan het verhaal niet meer volgen. Een kopje koffie misschien? Eén seconde later schuift de catering de coupé binnen. Geen toeval zeker?

Na Leiden zak ik terug in mijn boek. Het verhaal neemt een gruwelijke wending. Ik lees, maar besef dat ik de angst niet voel. Gelukkig maar, dat ik échte angst niet ken.… Stilletjes lach ik om mezelf. Angsthaas… die al zenuwachtig is van een treinreisje naar Amsterdam.

Op mijn bestemming maken de prikkels mijn bubbel van boek, plaatjes en gedachtes lek. Een kruispunt. Heen-en-weer-verkeer. Tikkende stoplichten. Honderden fietsen. Géén idee waar ik heen moet. Ik besluit op gevoel te gaan. Gevaarlijke keuze, maar mijn gevoel leidt me voor één keer in één keer naar de plek waar ik moet zijn.

Nu nog terug…





WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: waarnemen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

maandag 2 juni 2014

Hartverzakking

Marlies veegde de laatste hoopjes zand in de kiertjes tussen de klinkers en zette de bezem in de hoek. De klus zat erop. Het was niet de vraag geweest óf het zou gebeuren, maar wanneer… De grond in de wijk was te snel bebouwd en verzakte. Iedereen in de straat kreeg een beurt.
  
De tekenen waren er maandenlang geweest. Opkomend water in de toiletpot en gorgelende putjes. En als het dan gebeurt, komt het natuurlijk ongelegen. Net toen ze op vakantie waren en hun zoon voor het eerst alleen thuis was, liep het verzakte riool over.

Marlies bekeek voldaan haar werk toen haar buurvrouw de tuin in kwam. Schuifelend op krukken, de krant in een tasje om haar nek. ‘Kijk’, riep ze lachend, ‘eindelijk heb ik de krant gehaald!’

Nu kon de buurvrouw erom lachen, maar vorige week had was het diepe ellende. Ze was door het terras gezakt. Daar stond ze, tot haar middel in een gat. Ze was zich te pletter geschrokken en kon er met geen mogelijkheid uitkomen. Het duurde lang voordat iemand haar roep om hulp hoorde. Uiteindelijk heeft de brandweer haar letterlijk en figuurlijk uit de put gehaald.

Ze liet de wonden op haar been zien. En hoewel Marlies er niks aan kon doen voelde ze zich er schuldig over. De toedracht stond op pagina 5 in de krant. Haar zoon had de tuin gesproeid en was vergeten de buitenkraan dicht te draaien. Dagenlang sijpelde het water langs de tuinslang en spoelde het zand onder het terras van de buurvrouw weg in de verzakte loze ruimtes onder het huis. Toen de buurvrouw naar buiten stapte ging het mis.

Marlies liep naar binnen voor haar leesbril. De buurvrouw schoot in de lach, toen ze Marlies met een  sprong van zéker een meter de drempel zag nemen. 

Foto: Remco de Ruijter. Bron: OmroepBrabant.nl


Deze WE-300 is verzonnen bij een gebeurtenis *klik* bij mij in de wijk in de zomer van 2013.

WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: lekken. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

vrijdag 7 februari 2014

Bakerpraatjes

Mag ik van de gelegenheid gebruik maken om voor ééns en voor altijd alle bakerpraatjes de wereld uit te helpen?

Mijn hemel, er is weinig hardnekkiger dan  onzinpraatjes rondom zwangerschap en geboorte. Waarom verkondigen we nog altijd die middeleeuwse kletspraat?  Ik wil het gewoon níet meer horen!

“Als je een puntige buik hebt krijg je een jongen.” 
Lieve mensen, we leven in 2014. We weten tegenwoordig allemaal met 20 weken wat het wordt en hoeven dankzij echo niet te gissen.

“Pak je kind niet te veel op en laat hem maar huilen, anders verwen je hem. Huilen is goed voor de longen”. 
Nee! Baby’s kun je niet verwennen. Ze kunnen alleen ‘zeggen’ dat er iets mis is dóór te huilen. Ze huilen niet uit  gewoonte of om je geduld te testen!

Geef je baby regelmaat met voeden en slapen. Ze komen zo sneller in hun ritme” . Meestal volgt in hetzelfde gesprek dan ook de zin: “ Mijn borstvoeding mislukte omdat ik te weinig melk had.” 
Hoeveel woorden moet ik hieraan wijden om het verband uit te leggen? Aanleggen, aanleggen, aanleggen. Zodra de baby erom vraagt! Waarom blijven we hangen in de jaren vijftig van dr. Spock? Waarom geven oma’s adviezen die toen ‘in de mode’ waren, maar nu volledig achterhaald zijn? Hoeveel borstvoedingen zijn zo om zeep geholpen?

“Drink tonic als je wilt bevallen”.  
Ja, met een paar kratten is de dosis kinine misschien hoog genoeg om te werken.

Praat elkaar niet langer na! Lees je in. Informeer bij deskundigen als je tips wil geven. Ik ben klaar met zoveel goedbedoelde domheid. Moet ik doorgaan?

Je wordt niet sneller zwanger als je na het vrijen op zijn kop gaat staan. Netzomin als je blind wordt wanneer je op je stuitje valt, kou kan vatten of  van trekken doof wordt!




WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: leuteren. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

zondag 20 oktober 2013

Droomdag

Een vochtbalans werd er bijgehouden.
Infuus: drie liter erin.
Urine: 2 liter eruit.
Eén glas water: 175 mililiter, een kopje thee 125.
De drain lekte 100 ml in de afgelopen 24 uur.
Was het belangrijk? De optelsom was toch verkeerd. Hoeveel mililiter was één traan? Hoeveel vocht aan snot en tranen verloor ze met een nacht lang janken? Een zwembad vol. Eén traan voor elke stap in de toekomst die Nicky en Jesse zonder haar zouden doen. Maar dat werd in de tabel niet meegeteld.

De hele avond had Nicky naast haar moeder op bed gelegen. Foto’s gekeken en de video’s op de tablet. Van die geweldige dag vorige week. De limousine  ’s morgens  op de oprit. De visagiste en de kapper die binnenkwamen. De fotograaf. De fotoshoot. Het blije snoetje van haar broertje in de brandweerauto. En als klapper de  helicoptervlucht boven hun huis! Wat zorgeloze dag was dat geweest.

De enige dag zonder zorgen. En voorlopig de laatste.
Ze had haar dochter de hele nacht voor zich gezien. Ze werd lang, was geen klein meisje meer. Ook nog geen vrouw. Ze had nog even over haar schouder gekeken en gezwaaid. Morgen zou ze op kamp gaan. Het afsluitende kamp van groep 8. De gedachte dat ze er misschien niet zou zijn als ze over een paar weken naar de brugklas zou gaan… ze kon de gedachte niet aan…

Nicky zocht een plekje in de bus. Achterin, aan de kant waar de minste ouders stonden te zwaaien. Naast haar BFF. Ze wilde niet zien dat alleen haar vader daar stond. Met kleine Jesse op zijn nek. En oké.  Oma stond er ook. Maar oma was geen mama. Ze beet op haar lip. Een zak stuiterende toverballen was haar redding. Dapper lachte ze mee met haar vriendin. Achtstegroepers huilen niet.


WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord:  Verwennen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

Stichting droomdag organiseert droomdagen voor kinderen en gezinnen die te maken hebben met kanker. Er zijn immers zorgen genoeg. En hoe fijn is het als er in een gezin met zoveel zorgen een dag kan zijn waarin zorgeloosheid en de wensen van de kinderen centraal staan?

Ik kwam deze stichting tegen via een tatoeageshop in Den Haag. Daar ( en ook op andere plaatsen) is een groep tatoëerders als sinds juni bezig met het zetten van tattoos. Een anker (voor hoop) met de letters FDKK. Fuck Die Kut Kanker, daar staan ze voor!  Voor een donatie van minimaal 20 euro kun je die laten zetten. Maar als je een tattoo iets teveel van het goede vindt, kun je ook een plakplaatje of een t-shirt met het anker kopen. Ze zijn begonnen met 1 tattoo voor hun collega, die ook te maken kreeg met kanker. Zij liet deze tatoeage zetten. En om haar te steunen lieten al haar collega’s hem ook zetten. En daar was een  actie geboren. Nu zijn ze 333 tatoeages verder. En inmiddels staat de teller op €24.244,50 !!!! Hoe mooi is dat!  De opbrengst gaat voor de ene helft naar www.stichtingdroomdag.nl en voor de andere helft naar stichting No Guts No Glory (www.stichtingngng.nl)





zondag 29 september 2013

beuk-uurtje

Het blijft milimeterwerk: Het afstellen van de hoogte van het zadel, de hoogte van het stuur en de afstand van het zadel tot de stuurpin.
En paar millimeter verkeerd en het trapt niet lekker.
De SPD-tjes schieten met een soepele klik in de trappers.
Twee waterflesjes. Ze zullen nodig zijn.
En een vochtige handoek. Ik kan me damesachtig gedragen, maar tijdens deze uurtjes maak ik van menig zwetende man een kleintje.
Plekje tactisch uitgekozen: Niet onder de lamp, dat scheelt weer een graad. En lekker onder de airco.

Ik begin met het losdraaien van de benen. Met een paar minuten worden de spieren warm en soepel.

I have a dream!



De handen gaan naar positie 2. We komen uit het zadel. Genoeg gezeten. Ook de vezels die nog niet los zaten komen nu aan bod. Staan zit, staan zit. Tussendoor slokjes water. De benen blijven draaien.



Tijd voor de eerste veegpauze. Zweetdruppeltjes. Niet alleen op mijn voorhoofd. Ook op mijn rug, armen en benen voel ik straaltjes naar beneden lopen. We gaan los. We draaien de fiets 3  slagen zwaarder en trappen op het tempo van de muziek. If you go crazy, then will you still call me superman? We gaan staan in de pedalen bij het refrein en sprinten ‘tot we de voorste man hebben ingehaald’.



We staan nog steeds en trappen tegen de wind bergopwaarts. We draaien bij tot we niet meer kunnen.



We zijn boven. We draaien de knop terug naar afdaling. De pedalen draaien snel.



Het laatst werknummer. We gaan niet zwaarder, alleen maar sneller. We volgen het tempo van de muziek. Ogen dicht en gáán! Het zijn maar vijf minuten. Het venijn zit in de staart.







En ik ben leeg. Bodem bereikt.


Heerlijk.

We draaien terug en trappen rustig uit tot de laatste noot van de muziek.


WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: spinnen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/


donderdag 29 augustus 2013

afdeling H2 Zuid

Ze start haar haar peugeootje en stuurt hem onder  de slagboom door.  Ze is moe. Haar hoofd vol van  alle indrukken.  Raampje open. Wie weet wappert de wind haar gedachten weg…

Het begin van de dag lijkt wel een week geleden.  Al tijdens de overdracht een noodbel op de ‘verlos’.  “Spoedsectio !” schreeuwt haar collega. Actie! Nog geen tien minuten later staan ze op de OK. En een uur later een leeuw als vader naast de kleine in de couv.

Op het einde van de gang zwaait de afdelingsarts met de statussen.  Ze doet de arts verslag op de ronde. 
De zwangeren met bedrust die al weken vechten tegen verveling en angst.
De asielzoekster met een infectie. God weet wie de ‘vader’ is en onder welke omstandigheden ze zwanger is geraakt.
De kraamkamer met alle geluk en kraamtranen.
De vrouw die hondsberoerd is na complicaties bij de IVF. Zwanger worden is voor haar voltooid-verleden tijd.
Het verslaafde stel dat ‘per ongeluk’zwanger werd. Vier kinderen zijn al uit huis geplaatst; voor dit kindje zullen ze vechten.  Zeggen ze…

Bij een vrouw met buikpijn controleert  de arts de hartslag. De kleine speelt verstoppertje met de doptone. De seconden lijken minuten. De moeder zoekt houvast met haar angstige ogen. Een diepe zucht als ze het roffelende hartje horen.



Meepuffen op de verloskamers… Nog vóór volledige ontsluiting is de dag voorbij. Ze moet de dienst overdragen. Morgen hoort ze vást wat het is geworden.

Voor ze er erg in heeft parkeert ze de auto op de oprit. Haar hoofd nog steeds vol.  Het was niet druk… het was gewoon veel. Continu mee, met verschillende emoties.

Ze steek haar hoofd om de deur. Kaarsen en wijnglazen op een romatisch gedekte tafel . Oh God!  Denkt-ie nou écht dat ze zin heeft om gezellig te doen?  




WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: schakelen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

zaterdag 22 juni 2013

Versgemaaid gras

“ ‘t Is lekker op het terras. Voel je je goed genoeg om buiten te zitten?”

Hij sms-te terug: “ Is goed lieverd. Zit al in de stoel.  Zie je zo. “
Hij rolde alvast naar de centrale hal. Heerlijk, dat hij weer wat mobieler was. Hij had dat bed intussen wel gezien. 

Daar stond ze te wachten. Zijn meissie, zijn houvast, zijn rots in de branding. Dagelijks stipt, van drie tot zes. En als het nodig was langer. Nog niet eerder had hij zoveel van haar gehouden als nu. Het was lang geleden dat hij zo goed had beseft dat hij goud in handen had.

Het voelde lekker buiten. De zon. Licht briesje.

De prikkels kwamen onverwachts sterk binnen. Fel licht. Geroezemoes. Mensen om hem heen. Het werd hem snel teveel. Het gesprek kon hij al niet meer volgen. Geritsel in de bomen. Gierende sirenes kwamen voorbij. Waar gingen die heen? Wat troffen ze aan? Zou degene waarvoor ze reden er net zo aan toe zijn als hij? Misschien wel erger?

Een grasmaaier kwam voorbij. Versgemaaid gras. In een seconde kwamen de beelden weer als stilstaande foto’s voorbij. En alles wat hij daarbij voelde. De klap. De pijn. Zijn toegetakelde been.  Zijn benauwende helm. Prikkende grassprieten in zijn nek. Paniek in de ogen van zijn maten. Bellen. Sirenes.  Zijn maat die een infuus hoog hield.  Het droge tjoptjoptjop van de traumaheli die aan kwam vliegen over het net gemaaide weiland. Zwart….

Een aai over zijn rug bracht hem weer terug naar het hier en nu. Hij wist dat hij dit moest doorstaan om verder te kunnen komen.

Hij legde zijn neus in het vertrouwde kuiltje in haar nek en snoof nog eens diep.  Dat rook naar troost…

“Het is genoeg geweest zo, lieverd… breng je me weer naar boven?”




WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: geuren. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

dinsdag 30 april 2013

Wiskundedeuk


Rustig blijven. Zoek de logica…
Ik spreek mezelf toe. Chaos in mijn hoofd.  Paniek! Ik heb werkelijk géén idee waar het over gaat.

Drie kwartier geleden begon ik met het opschrijven van mijn naam. Dat was alvast goed voor één punt.  Daarna schreef ik als een razende de formules op mijn kladje. Domweg formules stampen,  dat lukte nog wel, maar het vervolgens toepassen?

‘Bereken de cosinus van een hoek van 45 graden’. ‘Soscastoa’. De toverspreuk staat op mijn kladpapier. Ik vul de getallen in en voer wat berekeningen door.  Goed voor een paar tiende punten, maar het antwoord ligt ver buiten mijn kunnen. 'Abacadabra' had er evengoed kunnen staan.

Ik had moeten luisteren. Mijn leraar had me indringend aangekeken vanachter zijn brilletje. ‘Natas, doe het gewoon níet’,  had hij gezegd. ‘ Je hebt geen wiskundeknóbbel, maar een wiskundedéuk!’  ‘Deuk???  Parabool bedoelt u zeker! Y=Xkwadraat!’ En of ik had opgelet!



Toen was ik hem nog dankbaar, die oude, kale man.
‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Kies exact!’, was de vernietigende slogan toen ik mijn vakkenpakket moest kiezen.
Hij had me erdoorheen geloodst. Hij had mijn rijmtalent ontdekt. Als ik mijn proefwerk eindigde met een gedicht, kreeg ik een punt extra. Zo werd een dikke onvoldoende soms net aan goed genoeg… Nu moest het examen op eigen kracht.

Het kansloze examen waar ik nog niet de helft van begreep… Ik moest een 3.2 halen voor een 4 op mijn eindlijst. De 8 voor Nederlands kon dat mooi compenseren. Die berekening kon ik wel maken. Een 3.7 trok me met de hakken over de sloot.

Met heel mijn hart wil ik mijn dochter behoeden voor het  falen tijdens mijn wiskunde-examen. Laat haar alsjeblieft doen waar ze goed in is.

Mijn slogan? ‘Een slimme troel kiest haar vakken op gevoel’. 

WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: oplossing. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

vrijdag 29 maart 2013

stamelen


De sneeuw joeg om haar oren. De hele weg had ze de wind in de rug gehad, maar het laatste stuk naar huis kon niet anders als met tegenwind. Drie uur geleden was ze begonnen aan haar tocht. Niemand zei dat ze moest, maar toch moest dit vandaag gebeuren. De enige manier om er te komen. Door volharding. Met een blik op oneindig en verstand op nul.

Haar man was haar twee keer tegemoet gereden met warme thee. Op een uurtje afstand van  huis zou hij haar een laatste keer van thee voorzien. En droge schoenen.  In de soppige sneeuw waren ze doorweekt en haar tenen waren ijsklompjes.

Ze tuurde in de verte. Bij iedere auto lichtte haar hart op. Een witte auto! Dat moest hem zijn! Warmte en een paar minuten rust. Maar in de sneeuw waren alle auto’s wit....

Na iedere auto zakte haar moed. Ze probeerde te focussen. Ene voet voor de andere.  Ze kon de mensen langs de kant bijna horen: het juichen, de aanmoedigingen. Een groter contrast met deze verstilde sneeuwwereld was er niet. In gedachten sloeg ze de laatste bocht om naar de Coolsingel. Ze liet zich door het publiek naar de finish voeren.   
‘Doorlopen, Tas, als je hier stopt, dan kom je daar ook niet’ sprak ze zichzelf toe.

Pas  vier kilometer voor haar huis was haar man daar echt. Ze stapte in. Rust! Even geen wind, geen kou, maar warmte en thee.

Ze keek haar man aan: ‘M…m…moet ik nou… die laatste paar kilometers… kan ik niet met je…. ’t Is zo k..k…koud…’

Ze wist het antwoord zelf. Ze durfde niet op te geven; moest ruggegraat kweken voor Rotterdam.

Zuchtend liet ze de warmte achter in de auto. Droge schoenen, blik op oneindig, gaan! Nog een half uurtje, dan was ze thuis…

WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: stamelen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

zaterdag 2 maart 2013

Jagen (WE-300)


Hij knijpt met zijn ogen tegen het licht. Hij voelt zich raar. Vredig… Licht… Versuft.  Zand kriebelt onder zijn rug. Het ruisen van de zee. Strand? Toch is er iets anders dan anders.

Boven hem hangt het vertrouwde gezicht van zijn maatje.  
Zijn maatje? Was die niet al jaren geleden… Gedachten schieten door zijn hoofd. In omgekeerde volgorde gaat hij de gebeurtenissen langs.

Vriend, fel licht, diepe duisternis. Krakend geluid, een smak tegen… het rif? Enorm geweld van bruisend water.  Een razende tunnel. Adrenalinestoot.

Dan beseft hij: iets is niet goed afgelopen.

Hij voelt de gespannen verwachting weer van even geleden. Daar was dé ultieme golf. De golf waar hij zijn leven lang  op gewacht had. Alles had in het teken gestaan van dit moment. Nooit is hij bang geweest voor wat zou kunnen gebeuren. Stel dat hij door angst zijn kans zou missen?



Als klein jongetje liet hij zich meevoeren bij zijn vader op het board. Suffe golfjes in Noordwijk. Hij wilde meer. Frankrijk, Marokko, Tahiti! Hij was getrouwd met zijn plank. Wat hij nog meer nodig had scharrelde hij ter plekke bij elkaar.

Een paar minuten geleden peddelde hij naast de jetski die hem de golf op zou slepen. De golf waar ze op af gingen werd hoger en hoger. Té hoog! In volle vaart trok de jetski hem vooruit. Op het juiste moment liet hij los. De top van de golf stuwde zijn plank voort. De kick! Alle momenten in zijn leven die hier samenkwamen. De razende tunnel… En hoe het mis ging? Hij heeft geen idee. Maar in al het geweld hoorde hij aan het krakende geluid dat de golf zijn prooi te pakken had.

‘Hé, Matti…’ De stem van zijn vriend boven hem. ‘Welkom in het surfparadijs… Ik had je al járen  eerder hier verwacht’.



WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: jagen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

dinsdag 29 januari 2013

Poetstechniek


De stoel kraakte onder zijn gewiebel.  Nog twee minuten… dan was het zijn beurt. De tandarts zei dat zijn tanden niet goed schoon waren. Dit was nu al de derde keer dat hij terug moest komen…

Hij kon er écht niets aan doen. ‘Minstens vier keer per dag’,  had de tandarts gezegd. ‘En eigenlijk liever na iedere keer dat je iets eet’. Maar er kwam altijd iets belangrijks tussendoor, waardoor hij het vergat.

Daar was die lieve assistente… met die blauwe ogen en die zachte G. Zou hij weer bij haar mogen?

Met zijn eigen tandenborstel hadden ze de vorige keren geoefend. Hij kreeg tabletjes mee. Als hij klaar was, moest hij daarop kauwen. Alles wat nog vies was, kleurde dan roze. Maar hoe goed hij ook zijn best deed… er zat altijd nog roze op zijn tanden. Hij háátte het!

De laatste keer had ze gezucht:  ‘Het  is niet leuk hè, als je steeds iets moet doen wat niet goed lukt? Weet je wat ? We draaien het om. Je neemt éérst zo’n plakverklikker, en dan haal je voor de spiegel met de borstel  gewoon al het roze weg. Dan weet je zeker dat je niets overslaat’.
 ‘Slim’,  zei hij,’ dan zie ik tenminste wat ik doe, en dan doe ik het ook niet fout!’

De assistente riep hem binnen.  Vier maal daags was niet gelukt. Haar haar tactiek wel! Zenuwachtig ging hij zitten. De stoel kantelde achterover. Eén voor één controleerde ze zijn tanden.

Haar mond zat verborgen achter haar mondkapje, maar hij zag haar blauwe ogen lachen. ‘Keurig! Goed gedaan’, zei ze met haar zachte G. 'Pak maar een speeltje uit de  la!’

Opgelucht trok hij de speelgoedla open. Hij voelde zich hier eigenlijk te oud voor, maar die mooie stuiterbal had hij weken geleden al zien liggen. 

WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: poetsen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

zondag 20 januari 2013

Help ik verzuip!


Eens in de paar weken krijg ik het op zondagmiddag op mijn heupen. Ik wil, voordat de drukke week weer begint,  mijn huis aan kant hebben. Stapels papieren op de ‘hotspots’ wachten al weken om uitgezocht te worden. De gymtassen hangen op zondag nog te stinken aan de kapstok. De broodtrommels gaan als ik niet oplet maandag weer vies mee naar school. Vooral bij de oudste is de opdracht: ‘ruim je spullen op’ te vaag. Ik moet de opdracht in stukjes hakken en voorkauwen. Mr. C. wil wel, maar ziet ’t niet.

En ik? Ik mis de structuur om het systematisch aan te pakken. Na mijn werk en avondeten wacht meestal een training.  Daarna vouw ik nog een wasje weg en als ik naar bed ga kom ik erachter dat alle zooi er nog ligt. 'Morgen weer een dag'. Een dag waarop ik dezelfde rotzooi weer tegenkom. Ik heb al verschillende methodes geprobeerd. Via ‘Fly Lady’ kreeg ik dagelijks in mijn mailbox een opdracht om 10 minuten aan een huishoudklus  te besteden. Iedere week in een andere ruimte, met een timer ernaast. Niet klaar…? Geen probleem. Je moet blij zijn met wat je hebt gedaan. Vanwege de enorme hoeveelheid junkmail die daar aan vast hing ben ik daar weer mee gestopt.

Ik heb een poosje zelf iedere avond tien minuten de kookwekker gezet. Allemaal even je eigen rommel beetpakken. Het zou moeten werken. Ook die tactiek viel bij gebrek aan discipline.
En dan ook nog de verleiding om maar te blijven reageren op binnenkomende mails en berichtjes op de telefoon…

Ik blijf me voornemen dit gestructureerder aan te pakken, maar ik blijf het gevoel hebben dat ik wegzak tussen mijn eigen hoopjes en stapels. Daarom via Plato’s WE een noodkreet: Help! Ik verzuip!  Wie heeft voor mij DE gouden tip?



WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: verbeteren. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

zaterdag 15 december 2012

Winterwarmte


Ik besluit om op de fiets naar de stad te gaan.  Het is al wat later in de middag en in deze tijden van ‘crisis’ zal het wel lastig zijn om een parkeerplekje te vinden. De uitverkoop is al begonnen en ik heb zin in iets nieuws.

Eénmaal in de stad aangekomen zie ik dat het fietsen parkeertechnisch een juist idee is geweest. Maar binnen een paar minuten weet ik weer waarom ik het beter niet had kunnen doen: de uitdampfase die na het fietsen onherroepelijk aantreedt!

Ik doe mijn sjaal af, trek mijn handschoenen uit, en knoop mijn jas een stukje open. Het is gezellig in de stad. Op de markt staat een kerststal naast de boom, en een elfenkoortje zingt een liedje. De feestverlichting brandt. Het schemert al een beetje.

Er is een winkeltje waar ik altijd slaag. Ik loop naar binnen en een golf warme lucht blaast me verder de winkel in. Ik begin acuut te zweten.  Pffff…. Jas uit, snel… Vestje open… Er is geen houden meer aan. Een dijk van een opvlieger overmeestert me  en ik weet niet waar ik het zoeken moet. Ik grabbel in mijn tas naar mijn waaier, maar ik durf hem toch niet te gebruiken.
Ik doe mijn vestje uit. Maar met een bulk kleren over mijn arm en een volle tas over mijn schouder is het lastig kleding zoeken. Moet ik nu echt in deze hitte een wollen vestje gaan passen? Ik draag nog steeds mijn zomerkleren.  Liefst in laagjes over elkaar: als ik maar kan ‘pellen’ .

Ik scan nog even vluchtig de rekken: wollen vesten, synthetische shirtjes, gebreide truien… Veel te warm allemaal! Ik snak naar frisse lucht. Ik heb het wel gezien en vlucht de winkel uit.

Met mijn jas wijd open fiets ik weer naar huis.


WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: winterwamte. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/

dinsdag 13 november 2012

scheiden


Met afgewend hoofd gooi ik de emmer leeg. Wat is dat toch een goor klusje, dat GFT-emmertje leeggooien. Ik adem oppervlakkig  door mijn mond en doe een stap achteruit. Pardoes valt het plastic zakje ook in de GFT-container. Het ligt te diep. Ik ga hem er écht niet uitvissen!
Hoe gaat het nou verder met deze lading compost? Wordt hij afgekeurd? Krijgt iemand nou straks allemaal plastic fliepertjes in zijn tuin? Of zijn daar ‘mannetjes’ voor, die alle plastic rommel eruit vissen?
Overigens…. Ik zou er beter gewoon geen zakje bij moeten gebruiken.  Zonde van dat plastic zakje; die is te vies om te verzamelen in de plasticbak en die gaat rechtsreeks de grijze container in. En géén  zakje gebruiken en steeds dat vieze emmertje soppen? Nee, dat gaat me te ver.

Moet je nou zien wat een milieustraat het is geworden hier. Rest, GFT, papier, lege pet-flessen, glas, chemisch... En nu is daar ook het plastic bij. Gelukkig worden de containers binnenkort vervangen voor een kleiner formaat. Had ik niet beter grotere kunnen houden? Stel dat we volgend jaar per kéér gaan betalen in plaats van per gewicht… dan snij ik mooi mezelf in de vingers.





En wat is nou eigenlijk beter? Een papieren melkpak weggooien? Of een plastic  fles laten recyclen? Ja, je melkpak omspoelen en bij het oud papier doen... maar ik blijf niet bezig. En dan dat schuldgevoel als ik eens een jampotje bij het restafval doe. Moet ik die glazen potjes eigenlijk omspoelen?  Vragen, vragen… en schuldgevoelens…. het valt niet mee, al dat ge-recycle.

En wat ik met de resten van mijn wietplantage doe? Ik weet eigenlijk niet hoe dat hoort. Daar staat niks over in de afvalgids. Ik breng het maar naar een afgelegen plek in het bos… ik zie dat iedereen dat doet ;-).




WE-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: scheiden. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com/




zaterdag 20 oktober 2012

Met extra blos




Ik knikte mijn zus bemoedigend toe.
‘Zullen we maar beginnen? ‘
Mijn zus pakte het toilettasje en ritste het open. Het roze tasje dat ik zo goed kende. De inhoud was al jaren hetzelfde. Een groene oogschaduw, bruin oogpotloodstompje, rouge, mascara, lippenstift en een tubetje foundation, nog bijna vol .

‘De foundation hecht niet. De huid is klam.’
‘Er zitten condensdruppeltjes op.’
‘Heb je een tissue?’
‘Als er ergens een overschot aan tissues moet zijn dan is het hier.’
In de hoek van de kamer stond een tissuedoos op tafel. Ik pakte een hand vol en depte de huid droog. Nu ging het beter. De make-up was gauw klaar: natuurlijk en niet teveel. Met extra blos op de wangen.

‘Klaar?’
‘Nee, joh, het haar moet nog.’
Mijn zus pakte de krultang erbij. Met liefde krulde ze de haren. Ze deed een stap achteruit om het resultaat te bekijken.
‘Er zitten allemaal rare vlekken in haar nek. Kunnen we daar niet wat aan doen?’
Ik deed mijn eigen sjaaltje af en drapeerde hem om haar nek.
‘Zo! Daar zie je niks meer van.’

‘Bril op?’
‘Nee… draag jij je bril als je je ogen dicht hebt?’
‘Nee. Maar ze droeg hem wel altijd… Bril af?’
‘Ja, bril af.’

‘Nu klaar?’
‘Bijna.’
Mijn zus pakte een flesje ‘ l’air du temps’ uit haar tas en spoot wat achter mama’s oren.

‘Nu is het klaar’

We grepen elkaar even stevig om de schouders en stonden een poosje zwijgend bij elkaar.

‘Het is goed zo… Zullen we papa erbij halen?’

Papa kwam de kamer binnen. Hij kuste mama op haar koude voorhoofd. Trots keek hij ons aan.
Prachtig , meiden…. ’t Is net alsof ze zo van haar fiets gestapt is en even haar ogen heeft gesloten om te genieten van de zon. ‘

We-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: verzorgen. Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com

zondag 30 september 2012

Luchten (WE-600)


Een paar kiezeltjes, scheve stoeptegels en een verdwaald plukje gras. Beton. Links, rechts, en aan de overkant een hoge muur.  Veel meer  was er niet te zien. Ze drukte zich tegen de muur. Hij was nog warm van de zon.  Als ze zich lang maakte, ving haar gezicht nét de laatste zonnestraaltjes. Deze  zomer was dit haar favoriete plekje geweest.  Over een paar dagen zou de zon alweer lager staan en zou ze hem niet meer kunnen voelen. Sterker nog… ze hoopte de zon hier nooit meer te voelen. Niet hier, niet bij dit muurtje, niet op dit bankje, niet op deze binnenplaats.  Ze deed haar ogen dicht. Ze bad vurig: ‘laat me alsjeblieft hier weg zijn, als de zon hier in het voorjaar weer zal schijnen…’.  

Ze dacht terug aan de eerste keer dat ze hier zat.  Het was een bewolkte grauwe dag. Mistig. Haar armen hield ze om haar opgetrokken knieën. Haar hoofd verborgen tussen haar armen.  De schaamte... Schaamte tegenover de rest van de wereld. En ongeloof... Ze zag haar bollende buik. Wat een puinhoop had ze ervan gemaakt. Moeder worden in zo’n situatie…  

Ze voelde dat er een wolk voor de zon schoof en opende haar ogen. Gelukkig, een klein wolkje. Ze zou de zon nog even voelen straks. Ze dacht terug aan de zorgen die ze had gehad.  Het kindje dat niet wilde groeien… Stress? Had ze toch teveel gerookt? Te weinig buitenlucht? Te weinig zonlicht? Nu nog, maanden later,  kon ze de vernedering voelen. De beschuldigende blikken in de wachtkamer toen ze een echo liet maken in het ziekenhuis. ...  Drie bewakers om haar heen. Alsof ze weg zou lopen. Alsof ze weg kón lopen. Waar moest ze in hemelsnaam heen nu iedereen haar uitkotste? 

Het wolkje dreef voorbij. Ze sloot haar ogen weer. Haar gezicht gloeide in de laatste straaltjes.
De geur van haar pasgeboren ventje kwam naar binnen.  Hoe heerlijk was dat! De geur van vruchtwater in die heerlijke haartjes. Haar geur. Hún geur! Zou ze ooit nog zoiets lekkers ruiken? Hoe rauw was de eenzaamheid in de weken daarna. Maar hoe sterk had ze zich in haar ééntje gevoeld! Zij had verder niemand nodig. Zij was samen. Samen met de kleine. Samen tegen de rest van de wereld.  

De zon zakte weg achter de muur. Ze rilde. Kwam het door het zakken van de zon? Of voelde ze de kou van binnen?
De geur van haar kindje…  Toen hij 6 weken was moest hij overdag naar het dagverblijf.  Verzetten was zinloos. Ook hiervoor waren regels. Ook al was hij overdag niet bij haar...  ze rook hem altijd. In gedachten stopte ze haar neus in zijn haartjes… diep snuiven…  Zijn  geur zou ze het meeste missen.  

Het werd snel kil zonder de zon. Ze trok haar vestje aan.
Nog maar een paar dagen zou hij bij haar zijn. Dan waren de zes maanden waren voorbij.
 ‘Een gevangenis is geen plek voor een kind’.
 ‘Met 6 maanden kan een kindje zich nog goed hechten aan pleegouders’.
Jaja, ze wisten het allemaal mooi te vertellen. Praktische regels, maar voor haar de zwaarste straf.
En voor hoe lang?
Een paar weken?
Een paar maanden?
Een paar jaar?
Niemand kon haar vertellen wanneer er een plekje vrijkwam in de halfopen inrichting. Daar mocht ze haar manneke weer tot zijn vierde jaar bij zich hebben.

Ze had geen idee hoe ze de komende tijd moest doorstaan. Ze wilde dat ze hier kon blijven zitten. Koud, versteend, gevoelloos.  

De zoemer ging. Ze moest naar binnen. Toen ze opstond wist ze dat haar hart nooit meer warm zou worden.




We-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: luchten. O, en het aantal woorden was voor deze keer vrijgegeven. Ik heb er exact 600 van gemaakt ;-)Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com

maandag 3 september 2012

Een heidens karwei

Vorige week kwam Plato met het nieuwe woord voor de we-300: Uittreding. Het idee kwam bij me op om met dat woord iets te doen over uittreding uit de katholieke kerk. Ik had er geen idee van hoe dat ging en ik deed wat 'research' op het internet.  Uiteindelijk heb ik er toen een blogje van precies 300 woorden uitgeperst, maar ik was niet helemaal tevreden over deze WE. Ik miste het verhaal. Omdat ik er toch veel tijd in heb gestoken en omdat ik denk dat er meer mensen zijn met vragen hierover, wil ik hem toch plaatsen op mijn blog. Het is dus eigenlijk een schrijfoefening van een schrijfoefening :-).

Sommige dingen die ik las verbaasden me. Dat je een doop bijvoorbeeld nooit ongedaan kan maken. Of dat je bij een aanvraag voor een uitschrijving terugverwezen kan worden naar meneer (of mevrouw) pastoor om je keuze nog eens te overwegen. Eén stukje in mijn zoektocht raakte me in het bijzonder. Ik knip en plak hem even:

"Het mooiste, meest intrigerende antwoord kreeg ik van de pastoor uit mijn huidige woonplaats: Vrij vertaald zou ik nooit meer in de hemel komen en zou ik na mijn dood niet meer gemist worden, zelfs door god niet. Hij wenste mij een bekering en inzicht toe om de, zelfafgeroepen verdoemenis te keren."

Nou ja.... hierop voortbordurend ontstond dus het verhaal in mijn hoofd van de WE-300 die ik uiteindelijk bij Plato heb ingezonden *klik*. Het is dus niet helemaal mijn idee over de hemel, maar ik ben aan de haal gegaan met deze uitspraak van de pastoor van deze onfortuinlijke uittreder.

Mocht ik mensen voor het hoofd gestoten hebben met mijn verhaal, (geloven is toch een persoonlijk en gevoelig onderwerp,) dan hoop ik dat jullie begrijpen waar het verhaal vandaan komt.

Het vraagstuk houdt me bezig, al een poosje, en Plato heeft me aan het denken gezet.

Hierboven kun je dus klikken voor de uiteindelijke WE.
Hieronder nog een stukje 'making of'.

En dan kun je hier *klik* en hier *klik* (ja, een link naar 'zeil-issues' ... hoe betrouwbaar zal die link zijn ;-)  ) nog lezen hoe dat eigenlijk allemaal werkt met die uitschrijving.

Hier komt mijn verhaal die het uiteindelijk niet geworden is:



Ze maakten hun keuze met de beste bedoelingen.

Hoewel?
Was het wel een keuze?
Was het geen gewoonte?
Kun je kiezen als je bent opgegroeid in een katholieke dorpsgemeenschap?
Als je dagelijks je gebedjes prevelt en wekelijks naar de kerk gaat?
Als alle huwelijken en kinderen om je heen kerkelijk gezegend zijn?

Mijn ouders hebben me laten dopen. Daarmee ben ik als Katholiek  verbonden aan een instituut met een héle grote doofpot. Een kerk met goede ideeën, maar ook met achterhaalde ideeën over bijvoorbeeld euthanasie, anticonceptie of homofilie, die mijlenver van me af staan.

Jarenlang was het oké. Ik heb geen last van de kerk ( ééns per kwartaal maakt het parochieboekje via mijn deurmat een glijvlucht naar de kliko) en de kerk heeft geen last van mij (ik kom er nooit).

Steeds vaker knaagt het. Wil ik nog verbonden zijn aan dit instituut? Wat levert het mij, naast dat belangrijke plekje in de hemel, op dat ik sta ingeschreven als Katholiek? Wat is het voordeel voor de kerk dat ik geregistreerd sta? Ik ga op onderzoek uit.

27% van de Nederlandse bevolking staat geregistreerd als Katholiek. Slechts 1,8 % van de Nederlanders gaan zondags naar de kerk. De kerk kan op basis van deze 27% het maatschappelijke belang en hun standpunten over bovengenoemde voorbeelden uitdragen en subsidies aanvragen. Dus ook op basis van mijn inschrijving!

Uitschrijven lijkt een heidens karwei: er zijn zes (!) brieven voor nodig. En ontdopen kan nooit.  

Ik hoef alleen maar de voorbeeldbrieven van het Web te plukken, maar een week later is de eerste brief nog niet gepost. Ik denk dat ik geloof dat ik zeker weet dat ik er niet meer bij wil horen…
Maar kennelijk zit er een diepgeworteld kiempje dat bang is dat ik daarmee mijn plekje in de hemel verspeel…




We-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: uittreden.
Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com

zondag 2 september 2012

uittreding


Daar stond ze dan… en ze wist niet waar ze heen moest gaan.  

Tot hier was alles precies gegaan zoals ze het zich had voorgesteld. Het  gefilterde licht. De klanken die helder en gedempt tegelijk leken te zijn.  Het gouden hek, dat in de lege ruimte leek te zweven.  Alleen ging de poort niet wagenwijd voor haar open.  

Petrus had de deur tot een kier geopend, was schielijk naar buiten geslopen en had achter zijn rug de poort weer dicht getrokken. Zonder dat hij het hoefde te zeggen werd haar vermoeden bevestigd: hier was geen plek voor haar. 

‘U bent  één van de vele probleemgevallen waar we de laatste jaren steeds mee te maken hebben’,  had Petrus gezegd. ‘Als dopelingen weten jullie de weg  te vinden , maar omdat jullie je willens en wetens hebben laten uitschrijven uit de katholieke kerk, kan ik helaas geen toegang geven tot de hemel’.  

Ergens was ze er altijd al een beetje bang voor geweest. De achterhaalde ideeën, de enorme doofpot… ze wilde haar naam niet meer verbonden zien aan de kerk als instituut en ze had zich uit laten schrijven. Henk had haar nog zo gewaarschuwd. Zou je dat nou wel doen? Wat geeft het voor last? Misschien is het juist goed om niets te doen en om het te laten zoals het is!  

‘Maar wat moet ik nu?’ ...
Het geloof, nee, de wetenschap dat ze al haar geliefden weer zou zien in de hemel, had haar de moed gegeven om te sterven.
 
Petrus leek haar niet te horen. De poort schoof in de leegte naar achteren en Petrus snelde de poort weer binnen. De klap van het hek echode lang na.  

Door haar tranen zag ze Henk staan. Zijn armen hield hij naar haar uitgestrekt door de tralies van het hek.




We-300 is een schrijfoefening/uitdaging van Plato: Schrijf een verhaal/blog van exact 300 woorden over een bepaald woord, maar gebruik dat woord niet in de tekst. Dit keer was het woord: uittreding
Meer lezen/meedoen? http://platoonline.wordpress.com